- home
- Wonen en dorpen
- Wet ruimtelijke ordening (Wro)
Wet ruimtelijke ordening (Wro)
Op 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Opzet van de wet is het sneller kunnen beschikken over de nodige vergunningen en het optimaliseren van het kostentraject. Dit heeft invloed op iedereen die wil bouwen of verbouwen.
Het maken van goede bestemmingsplannen voor de hele gemeente krijgt voorrang. Nieuwe bestemmingsplannen leveren tijdwinst op voor aanvragers van een bouwvergunning. Er zijn dan minder tijdrovende procedures nodig.
Structuurvisie
Volgens de nieuwe Wet ruimtelijke ordening is de gemeente verplicht om een of meerdere structuurvisie(s) voor haar grondgebied op te stellen. In een structuurvisie staan de hoofdlijnen van de ruimtelijke ontwikkelingen in dat gebied. Het document zorgt er vooral voor dat de gemeente zich aan de visie houdt. Burgers kunnen er geen directe rechten aan ontlenen.
Bestemmingsplan
In het bestemmingsplan worden de verschillende functies in het gebied, zoals wonen, openbaar groen en verkeer, van een passende actuele bestemming met een bouw- en gebruiksregeling voorzien. Zo wordt duidelijker welke mogelijkheden er wel en niet zijn in het gebied.
Op grond van het bestemmingsplan verleent de gemeente diverse vergunningen voor het bouwen of aanleggen. Om een vergunning af te geven voor ontwikkelingen die niet binnen het bestemmingsplan passen, moet dit bestemmingsplan dus gewijzigd worden. De bekendste aanpak om vrijstelling te verlenen van een bestemmingsplan, de tijdrovende zogeheten ‘artikel 19 procedure’, verdwijnt. Daarvoor in de plaats zal vaak een nieuw bestemmingsplan moeten worden gemaakt. De bestemmingsplanprocedure is echter wél flink verkort. Alleen verzoeken die nog vóór 1 juli 2008 zijn ingediend, worden nog volgens de oude wet behandeld.
Kortere procedure
In de nieuwe wet is de goedkeuringsbevoegdheid van de provincie voor het bestemmingsplan afgeschaft. Belanghebbenden kunnen dus niet meer in beroep bij Gedeputeerde Staten tegen (onderdelen van) een bestemmingsplan, zoals vastgesteld door de gemeenteraad. In beroep gaan tegen vastgestelde bestemmingsplannen kan direct bij de Raad van State. Dit zorgt voor een snellere afhandeling van bestemmingsplannen.
De wettelijke, formele procedure bedraagt in de nieuwe Wro 26 weken. Daar komt bij de tijd van onderzoek en vooroverleg met allerlei instanties, zoals waterschap, monumentenzorg, inspectie ruimtelijke ordening. Ook de tijd van het bekend maken van een voorontwerp en van de inspraak hierover komt hier nog bij. Een vrijstelling van het bestemmingsplan (artikel 19 in de oude Wro) is binnen de nieuwe wet niet meer mogelijk.
Bestemmingsplannen actueel maken
Bestemmingsplannen moeten volgens de nieuwe wet actueel zijn. Bij bestemmingsplannen ouder dan tien jaar mag de gemeente geen leges meer vragen voor vergunningen op grond van het betreffende plan. Alle bestemmingsplannen in de gemeente Midden-Drenthe worden de komende jaren actueel gemaakt. Ook daarmee is de gemeente druk bezig. Elk plan dat op 1 juli 2008 ouder is dan vijf jaar, moet uiterlijk in 2013 geactualiseerd zijn. Volgens de nieuwe wet moet u alle bestemmingsplannen en andere ruimtelijke plannen op 1 juli 2009 via internet kunnen raadplegen.
Projectbesluit
Het projectbesluit is een nieuw instrument in de Wro. Het lijkt veel op een wijziging van het bestemmingsplan, ook als het gaat om de te volgen procedure en totstandkomingseisen. Het is in de plaats gekomen van een vrijstelling. Het verschil met een vrijstelling is echter dat na een projectbesluit verplicht een procedure gestart moet worden om het bestemmingsplan te wijzigen. Het projectbesluit lijkt veel op de oude vrijstellingsprocedure volgens artikel 19 maar is absoluut iets anders.
Hogere kosten
De legeskosten voor een projectbesluit zijn aanzienlijk hoger dan die voor de oude vrijstellingsprocedure. Dit komt doordat er feitelijk een dubbele procedure (projectbesluit gevolgd door wijziging bestemmingsplan) gevolgd moet worden. Wij willen echter terughoudend omgaan met het projectbesluit om dubbel werk te voorkomen en u extra kosten te besparen. Naast deze tarieven kent de gemeente ook de gebruikelijke bouwleges.
Ontheffing
Onder de oude WRO was, indien een aanvraag niet paste, een zogenaamde vrijstelling mogelijk (volgens ‘artikel 19’ die, zoals hierboven aangegeven, nu is vervallen). Daarvoor in de plaats komt in de nieuwe Wro, voor wat de ‘lichtere’ vrijstellingen waren, de mogelijkheid van de zogenaamde ontheffing. Dit in geval een bouwaanvraag ‘een beetje’ afwijkt van het geldende bestemmingsplan.
Buitenplanse ontheffingen
Er bestaan ook buitenplanse ontheffingen. In het zogenaamde ‘Besluit op de ruimtelijke ordening’ (een landelijke regeling ook wel ‘Algemene Maatregel van Bestuur’ genoemd op basis van de Wro) zijn categorieën van bouwwerken opgenomen waarvoor een ontheffing, te verlenen door het college van B&W, mogelijk is.
Binnenplanse ontheffingen
Daarnaast zijn er zogenaamde binnenplanse ontheffingen. Daarbij is in het gemeentelijk bestemmingsplan opgenomen dat het college van B&W een ontheffing kan verlenen.
De gemeente stelt momenteel een aantal nieuwe bestemmingsplannen vast om in zoveel mogelijk gevallen het verlenen van een ontheffing mogelijk te maken. Daarvoor zijn er de mogelijkheden van een Facetbestemmingsplan aan- en bijgebouwen.
Deze bestemmingsplannen geven een aantal situaties aan waarvoor, in al bestaande bestemmingsplannen, ontheffing verleend kan worden. Voor een ontheffing zijn leges verschuldigd.
Wanneer een nieuw bestemmingsplan?
Indien de afwijking groter is en een ontheffing niet mogelijk is zal bezien moeten worden of er voor de bouwaanvraag een nieuw bestemmingsplan (en dat kan dus een klein op die bouwaanvraag toegesneden bestemmingsplan zijn) mogelijk is. Dit zijn wat onder de oude WRO de ‘zwaardere’ vrijstellingen waren (19.1 en 19.2 WRO). Dit is maatwerk en dit zal in overleg met de aanvrager moeten gebeuren. Hiervoor is al aangegeven dat voor een bestemmingsplan leges zijn vereist. Uiteraard zijn er ook situaties waarin de uitkomst is dat het planologisch niet mogelijk is om het bouwplan in te passen, en de bouwaanvraag dus afgewezen moet worden.
Kostenverhaal vanwege de Grondexploitatiewet
De nieuwe Wro biedt mogelijkheden voor de gemeente om kosten van de grondexploitatie te verhalen op eigenaren die zelf nieuwe bestemmingen op hun gronden kunnen en willen realiseren. Het gaat hierbij onder andere om de kosten van de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, de kosten van bodemsanering en de kosten van het verrichten van onderzoeken. Dit instrument is vooral van belang als er geen overeenstemming is met een ontwikkelaar over de kosten van een ontwikkeling. Het kostenverhaal kan dan in de uit te geven bouwvergunning worden opgenomen.
Planschade
Planschade is compensatie voor waardevermindering van vastgoed door nieuwe planologische ontwikkelingen. Vermindering van de waarde van bijvoorbeeld woningen en bedrijfsgebouwen kan onder bepaalde omstandigheden vergoed worden door de gemeente. De gemeente verhaalt die vergoeding vervolgens zo veel mogelijk op de initiatiefnemer. Voor het bepalen van de hoogte van de planschade moet de gemeente een onafhankelijk adviesbureau inschakelen.
Nieuw in de Wro is dat de eerste 2% van de waardevermindering niet wordt vergoed. Dus als de planschade lager is dan 2 % wordt niets uitgekeerd en voor het overige alleen het deel boven die 2%. In de oude WRO werd planschade volledig vergoed. Verder verandert de planschaderegeling nauwelijks.
Voor meer informatie over de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening verwijzen wij u naar de website van het Ministerie van VROM.